Zomercolumn Trouw, 15 juli

Minnaars

Het is zomertijd. Summer of love! We gaan het niet over mijn huwelijk hebben.
Gelukkig was er ergens een feestje. Ik trof daar een vrouw die net een nieuwe minnaar had. Ze zag er werkelijk formidabel uit. Haar minnaar was een getrouwde man zei ze. Maar sinds zij in zijn leven was, was ook zijn vrouw thuis vrolijker geworden. Dus zo was iedereen blij.
“Hoe kom je nou toch aan al die minnaars steeds?” vroeg ik.
“Gewoon,” zei ze. “Bij de Bijenkorf.”
“Bij de Bijenkorf?”
Het kwam erop neer dat zij lunchte in het restaurant aldaar, en toen ze terugkwam van het toilet zat daar de minnaar op haar stoel. “Ik zou wel op je gezicht willen zitten,” zei ze. Dat vond hij lang geen gek idee. En zo was van het één het ander gekomen.
“O, zo.”
Een andere vrouw was net gescheiden en had nu de tijd van haar leven met soms wel twee minnaars op een dag. Nooit ouder dan vijfentwintig. Zij haalde ze gewoon van de dating-app Tinder.
“Veel fijner,” zei ze. “Daar kun je een maximale leeftijd instellen.”
Ze vond twintigers leuker, geëmancipeerder, en ook gewoon mooier dan kerels van vijftig – haar eigen leeftijd – die vaak buikjes hadden.
Ik vroeg haar hoe het dan met de spontaniteit zat op zo’n eerste Tinderdate. Nou dat ging juist heel gemakkelijk zei ze. Je had net zo’n klik, of geen klik, als in het normale leven. Alleen was er statistisch gezien meer kans.
Op mijn bovenbeen lag al een tijdje de hand van de man die naast me zat. Misschien lag die hand er toevallig. De naam ‘Marijke’ was erop getatoeëerd.
“Wil jij je hand misschien ergens anders neerleggen?” vroeg ik. “Ik zit hier.”
De vrouwen wilden nu weleens weten hoe het met mijn liefdesleven zat.
“O, effe laag pitje,” zei ik. “Deadline, hè? De zomer is nog maar net aangebroken, toch?”
Rond middernacht fietste ik terug naar huis, ik voelde de wijn, ik had niet gegeten.
Even later stond ik alleen in een steegje patat met mayonaise te eten. Met uitzicht op de Bijenkorf. Er hing een sterke pislucht. Lallende toeristen trokken aan mij voorbij. Ik at snel en geconcentreerd. Tot er vlak voor mijn neus plots een man opdook.
Hij vroeg of ik nog een leuke slaapplek wist in deze stad. De man was knap. Geen type zwerver.
Ik zei dat ik geen idee had.
“Echt niet?” vroeg hij.
“Nee?”
“Echt niet?” Hij bleef me maar vriendelijk aankijken en glimlachen.
“Nee,” zei ik en lachte terug.



2 reacties op “Zomercolumn Trouw, 15 juli”

  1. Ellex van Houdt schreef:

    Well done, dear! Gewoon dappere JIJ !!

  2. Frieda schreef:

    Goed gedaan, Elke!

Geef een reactie