Column Trouw, 3 juni

Bovenkamer

Ik ben alleen thuis, bezig oververhit te raken in mijn bovenkamer. De kinderen hebben vakantie. Het is een van die warme dagen waarop we normaal gesproken met z’n vieren naar het strand zouden gaan, –  waren we heel goed in – maar nu doen we dat even niet.
Begint ze daar alwéér over, hoor ik u denken. Ja.  Alweer.
Ik zou er ook helemaal geen tijd voor hebben, het strand, daar niet van, ik moet nodig aan mijn boek werken, en ook dit stukje nog schrijven.
Ex ligt met de meisjes op het strandje, een halve kilometer hiervandaan, lees ik nu. Vanaf deze bovenverdieping zou ik zowat naar ze kunnen zwaaien. Ik moet moeite doen om, u weet waar ik moeite voor moet doen. Ik wil mijn kleine ook graag zien namelijk. Dat lijfje voelen. Zíj komt in de tijd dat ze bij haar vader is niet dagelijks even langsgefietst. En vannacht schrok ik wakker omdat zij wakker lag. Alleen in dat stapelbed. In dat andere huis. En ik wist dat ze bang was. Ze heeft haar vader, zegt u. Dat is zo. Daar is ze uiteindelijk ook naartoe gegaan. Want ja, beste mensen, ze bleek ook écht wakker te zijn geweest om 03.15 u.
Allemaal prima. Maar ze is veel te jong om zo lang niet bij haar moeder in de buurt te zijn. Ze komt uit mijn buik. Ze hoort bij mij. Ik hou er heel wat traditionelere denkbeelden op na, dan ik tevoren ooit zou hebben gedacht.
Er is nóg iets waar ik me op dit moment, al wegsmeltend, mee bezighoud. Waar we moeten gaan wonen straks, als we die scheiding officieel gaan beginnen. En hoe godsgruwelijk dúúr het zal worden om alleen die walgelijke papieren maar te kunnen tekenen. Dít blijkt die gezamenlijke wereldreis te zijn waarvan ik altijd heb gedroomd. Nee, het is niet enkel kommer en kwel. Er gebeuren ook goeie dingen. Ik leef bijvoorbeeld. Dat was voor het gedonder begon wel anders. Waar ik vroeger vooral schreef om dichterbij het leven te komen, schrijf ik nu eerder om het even vanaf een afstandje te bezien. Het is dus vast goed dat dit gebeurt. Zeker. Al werd ik vanmorgen in de sportschool, tijdens de ontspanningsoefening, ineens bevangen door het ondraaglijke idee dat ik nooit meer naast hem in bed zal liggen.
U mag raden wat ik uiteindelijk heb gedaan, betreft dat strandje.



4 reacties op “Column Trouw, 3 juni”

  1. Jan Willems schreef:

    Wat betreft je schrijven nu ‘het even van een afstandje te bezien’: experimenteer daarbij eens met het idee dat je (traditionele) denkbeelden niet door de situatie waarin je je bevindt worden bepaald, maar vice versa: je gedachten (vooraf) bepalen het beeld, wat zich op een geven moment als jouw ervaring manifesteert. Probeer dit met volledige, neutrale aandacht, ondanks het enorme verzet dat zich in je zal gaan roeren en kijk wat er dan gebeurt.

  2. Rob Alberts schreef:

    Ik verwacht dat jij ook even naar het strand bent gegaan …..

    Meelevende groet,

  3. Lieke schreef:

    zal iemand die dit niet heeft meegemaakt ooit begrijpen wat je doormaakt…..? En hoeveel impact dit op een mens heeft en hoe lang het duurt en op hoeveel vlakken het je raakt. Er is niets, niets, wat zoveel met een mens doet, m.i. als ‘niet meer belangrijk zijn’ in de ogen van iemand die ooit van jou hield.

  4. Irma schreef:

    En in je boek kunnen we zeker lezen hoe ex reageerde op je onverwachte bezoek aan het strandje?

Geef een reactie