Column Trouw, 17 juni

Juiste oplossing

Zeker, het is fijn dat er niemand is die mij aan m’n kop zeurt over iets dat mij niet interesseert. En het huis blijft ook veel opgeruimder. Ook is het fijn dat ik elke dag zelf mag bedenken wat we eten en hoe laat. Minstens zo heerlijk is het dat ik, als de meisjes er niet zijn, helemaal niet hoef te koken.

Een echt grote opluchting is het pas dat ik niet meer steeds op hoef te letten hoe de man in huis zich vandaag voelt, en hoe ik daar het beste op kan anticiperen, of juist niet-anticiperen. Er is ruimte voor mij. Ik blijk hier nu gewoon vrij te mogen rondlopen in om-het-even-wat-voor humeur. Want er is niemand meer waarbij ik – als ik niet mijn aller koddigste zelf ben – bang ben nóg meer uit de gratie te raken.
Er is ook niemand meer waarachter ik schuil kan gaan. Maar ik moet toegeven; mijn eigen gezelschap valt me reuze mee. Ik blijk best een aangename huisgenote. Kalmer dan ik dacht. Ordelijker. Levendiger ook. Zelfs als ik heel verdrietig ben of kwaad, verdwijn ik niet meer in dat zwarte gat. En ook al die debiele sociale angsten zijn ineens verdwenen. Zo ben ik nooit meer bang om met andere mensen een praatje te maken. Of om iemand aan te kijken.
En een leuke muziek dat ik draai. Soms wel tien keer hetzelfde liedje achter elkaar. Ik heb daar geen moeite mee.
Mijn band met de meisjes is er tot nog toe alleen maar beter op geworden. Hechter. Fysieker. Dichterbij. We knuffelen en praten wat af.
Eind goed al goed, zou u denken, hè?
Toch blijf ik er maar geen goed gevoel over hebben, een scheiding. Mijn geest zoekt de hele tijd naarstig en non-stop naar uitwegen, andere oplossingen, iets waar ieder van ons gelukkig en tevreden mee kan zijn, alsof het een ingewikkeld wiskundig vraagstuk betreft. Ik weet gewoon zeker dat er ergens een goede oplossing is. Of dan tenminste: een betere.
“Kunnen jullie weer getrouwd raken?” vraagt de zevenjarige.
We moeten eerst nog maar eens gescheiden zien te raken, denk ik.
Ik herhaal dat riedeltje over gescheiden ouders die niet verliefd meer zijn, de zevenjarige stopt haar vingers weer in haar oren en neuriet keihard.
“Ik vraag alleen maar of het KAN,” roept ze als ik uitgekletst ben. “Kán het?”
“Ja, het is mogelijk, maar…”
“Oké, dan ben ik het bruidsmeisje! Goed?”



2 reacties op “Column Trouw, 17 juni”

  1. Rob Alberts schreef:

    Wat een lieve dochter ….

    Opbeurende groet,

  2. Irma schreef:

    Door deze column krijg ik een heel ander beeld van je ex-man.

Geef een reactie