Column Trouw, 29 april

Stilletjes

De verjaardag van ex komt eraan. De zesjarige schildert een bruidspaar in felle kleuren met boven het hoofd van bruid en bruidegom een half hartje.
“Dit zijn papa en mama,” zegt ze. “Toen jullie gingen trouwen.”
Voor aan de muur in het scheidingshuis.
De elfjarige maakt een schilderij in pasteltinten, waarop alleen een vaas te zien is, met één geknakte witte bloem erin, een kaartje aan de stengel met in sierletters ‘papa’ erop. Eraan vast een schaduwvaas. Zonder bloem erin.
“Moet hier nog iets bij, mam?”
Ik herinner me mijn schoonzus die ooit zei dat ik vroeger altijd in de schaduw van haar broer stond. Wel: daar ben ik nu dus uit verdwenen.
“Het is precies goed zo,” zeg ik.
De zesjarige houdt haar schilderij omhoog.
“Prachtig!” Daar staan we hoor, hand in hand, vereeuwigd door onze jongste dochter, met op de achtergrond knalgroene bergen. Blauwe lucht. Zon.
Ik stel me voor hoe de tweeënvijftigjarige deze schilderijen uitpakt, te midden van zijn familie – moeder, broer, zus, aanhang – in het vakantiepark in Drenthe. Ze zullen uitroepen dat de meisjes het tekentalent van hun vader hebben geërfd. Ik zal ‘gefeliciteerd!’ appen.
“Kom jij ook al niet op papa’s verjáárdag?” vraagt de zesjarige.
“Nee.”
“NEE?”
“Jullie zitten dan met papa’s familie in een vakantiehuisje, weet je nog?”
“Maar dat is toch ook jouw familie!”
“Ik hoor daar niet meer bij. Zoals papa nu ook niet meer meegaat naar opa en oma.”
“Nóóit meer?”
De zesjarige kijkt alsof ze nog nooit zoiets belachelijks heeft gehoord. Ik geef haar gelijk.
Het vertrek uit zo’n familie gaat net zo terloops als dat je erbij komt. Ik heb niemand gedag gezegd. Ik ben stilletjes uit het plaatje verdwenen, zoals ik er ooit stilletjes bij kwam zitten. En daar neemt iedereen genoegen mee.
Dat is logisch. Ik nam er ook gewoon genoegen mee toen de man van mijn schoonzus op een dag van het toneel verdwenen was. Niet veel later verscheen er een nieuwe man in ons midden. Die man zit daar nu nog. En ik niet meer.
Ja, zo gaan die dingen. Maar dan kan het nog wel belachelijk zijn.
Mijn verdwijning uit zijn familie – uit zijn hele leven – gaat trouwens ook weer niet zó stilletjes. Je zou kunnen stellen dat ik, sinds man niet meer aan mijn zijde staat, aanweziger ben dan ooit. Op het dominante af.

 



4 reacties op “Column Trouw, 29 april”

  1. Rob Alberts zegt:

    Heel soms is er nog contact met schoonfamilies.
    Maar of dat goed is?

    Sterkte op die dag.

    Bemoedigende groet,

    • Irma zegt:

      Waarom zou het niet goed zijn om contact met de schoonfamilie te houden? Zeker in het geval er jonge kinderen in het spel zijn.

      • Rob Alberts zegt:

        Voor schone opa en oma zie ik ook wel een plek en taak naar hun kinderen en kleinkinderen.

        Maar om te blijven leven en doen alsof er nog een volledig gezin is? Nee!

        Vriendelijke groet,

Geef een reactie