Column Trouw, 26 mei

Gemoedstoestand

Aan de vooravond van de twaalfde verjaardag van onze oudste hang ik de slingers  op. Ik app dat ik de slingers zojuist in mijn eentje opgehangen heb.Ex schrijft: ‘Hoe was de opera vandaag?’ Ik bel hem en ontsteek – ook tot mijn verbazing – in woede over de andere vrouw. Daarna vertel ik over mijn bezoek met de meisjes aan de Nationale Opera. Ik vertel hem niet dat we zó’n fijne en ontspannen zondag hadden gehad, dat ik er bang van was geworden. “Het lijkt wel vakantie!” zeiden de meisjes. Dat is dus ook weer niet de bedoeling. Het moet leuker blijven met ons vieren dan met ons drieën. Maar dat is het niet.
Een vriendin, die al dertig jaar lang met dezelfde man is, zegt dat ik ex niet loslaat, dat ik mijn eigen weg niet ga, dat deze columns niets minder zijn dan pogingen hem te versieren.
Een andere vriendin schrijft: ‘Het wordt beter en intussen is het goed. It takes what it needs.’
In de debuutroman ‘Voor altijd voor het laatst’ van Tjitske Jansen lees ik: ‘Ik snapte niet dat mensen konden denken dat ik het vooruitzicht hier overheen te zullen komen een troostrijk vooruitzicht vond. Iemand missen is een manier om hem te bezitten. Zolang je iemand mist, is hij nog bij je. Hier overheen komen zou betekenen dat ik mijn liefde kwijt was.’
Mijn emotionele lijn kan ik de laatste weken niet bijbenen.
Ik heb onze gemoedstoestand in drie geologische aardlagen verdeeld waartussen we  – ik het meest – steeds heen en weer schieten. De onderste laag, onze basis, is nog steeds intact. Zodra wij daarin terechtkomen, is er rust en vertrouwen. De tweede laag is het emotionele vlak waarop we elkaar nu kwijtgeraakt zijn en elkaar niet (willen) begrijpen. Eenmaal daar aanbeland, zijn wij twee volkomen vreemden. Deze laag is grillig en in staat al het andere te vernietigen.
De derde laag is pragmatisch, praktisch, met daarin o.a. het ouderschap. We kunnen samen nog erg goeie kinderfeesten geven.
In het boek ‘Hotel Hartzeer’ staat dat ik – de verlatene – de belichaming ben van één van de grootste angsten van de mens. De mensen willen liever niet te lang worden geconfronteerd met pijn, verdriet, ontreddering. Wel willen ze het verhaal horen over de feniks die uit de as verrijst, over persoonlijke groei.
Ik zeg: ook uit de as verrijzen kan een twijfelachtig genoegen zijn.



3 reacties op “Column Trouw, 26 mei”

  1. Rob Alberts schreef:

    Gefeliciteerd met je oudste!

    Afscheid nemen is altijd pijnlijk.
    Maar nieuwe ervaringen komen er voor in de plaats.

    Bemoedigende groet,

  2. Lieke schreef:

    alweer prachtig verwoord wat er is….ook de reacties van anderen over niet los “willen” laten…ook “eroverheen gekomen zijn” wat voor de omgeving erg troostend is… tenslotte zijn zij vaak (nog) niet gescheiden…..het is wel de bedoeling dat dat er niet uitziet als een vreselijk drama waar je geen controle over hebt…..

    Straks overkomt het hen ook “zomaar”! Er moet een oorzaak zijn, een reden, een manier om dit aan te kunnen en een “nog lang en gelukkig leven” na afloop. En wij dienen dit sprookje in stand te houden….

    Voor mij wederom troostend. Toen ik ontdekte dat het sprookje niet bestond, dacht ik dat het aan mij lag. Dat ik als enige niet volgens de regels van het sprookje leefde (zoals mijn huwelijk ook geen ‘rosegarden’ bleek te zijn). Maar deze column laat zien dat de gevoelens van ‘verlatenen’ en ‘versmaden’ universeel zijn; dat ik bij dat clubje hoor en dus niet alleen ben. Troostend. Dank Elke.

  3. Saskia van der Jagt schreef:

    Laat je door niemand opjagen Elke.

Geef een reactie