Column Trouw, 20 mei

Verbond

“Ik ga met jou een gesprekje voeren en we zetten je ouders aan het werk!,” lacht de onderbouw coördinatrice van het gymnasium. “Zo willen wij dat zien, toch?”
Onze dochter zeg ja. We zitten in een klaslokaal aan een eivormige tafel. De coördinatrice knipoogt naar ex en mij en schuift ons een formulier toe dat we samen in moeten vullen. Ik schuifel op mijn stoel. Ik ben bang voor de vragen die erin staan. Ik ben bang dat we een adres – twee adressen dus – op moeten schrijven. Ik ben bang dat we zo dadelijk ontmaskerd zullen worden als slechte ouders.
Ik kijk naar de bijna twaalfjarige tegenover ons, de bijna volwassene, – “Wat zijn alle kinderen hier groot,” fluisterde ze toen we daarnet de school binnenstapten – de choker om haar nek, het knotje, de mascara die ze speciaal hiervoor heeft opgedaan, haar oogopslag, schuchter, maar vol levenslust, een nieuwe school, een eigen telefoon, de wereld wacht op haar.
“Wat is je nu lievelingsvak?”
De coördinatrice is net terug van zwangerschapsverlof. Dat zag ik meteen al aan haar buikje. Zij staat nog aan het begin van een gezin.
En hier zitten wij, aan de andere kant, de ouders die bijna uit elkaar zijn. De losers.
Ik denk terug aan hoe wij twaalf jaar geleden een gezin werden. Hoe de pasgeboren baby op mijn buik lag, zachtjes kermde en we haar J besloten te noemen. Het verbond tussen ons. Alsof we terplekke ‘heel’ werden. Ik weet nog hoe de liefde die we voelden bijna tastbaar in die verloskamer hing. Het woord: allesomvattend.
Ik denk aan het kinderdagverblijf waar we haar, op de dag dat we haar brachten, ook meteen weer mee terugnamen, omdat de man die ons een hand gaf niet ‘goed’ voelde. Hoe we uitgelachen werden om onze overgevoeligheid. Hoe we J toen uit de handen van Robert M. hebben gered.
‘Is er verder nog iets wat belangrijk is voor mij om te weten?” vraagt de coördinatrice.
Ik krijg het afwisselend warm en koud. Maar J vertelt het verhaal van het meisje dat naar de middelbare school gaat, nog een zusje heeft, met haar ouders op IJburg woont. En wij zitten er glimlachend bij.
Wij willen het verbond ook niet verbreken. Nu niet. Nu nog heel even niet.
Ooit komt deze mevrouw het wel te weten.
Er hoefde gelukkig ook geen adres ingevuld te worden op dat formulier.



3 reacties op “Column Trouw, 20 mei”

  1. Rob Alberts schreef:

    Zo komen er steeds meer momenten dat samen niet meer samen is.

    Een gemeenschappelijk verleden maar geen toekomst meer.

    Bemoedigende groet,

  2. Irma schreef:

    Wat een vreemde start van het gesprek door de onderbouwcoördinator: ik ga met jou een “gesprekje” voeren en zo willen we dat toch zien, toch? Ze behandelt jullie dochter als een klein kind. Maar misschien kwam het in de context van het bezoek niet zo over. Maar mij irriteerde het.

  3. Peter schreef:

    Elke’s dochter is toch ook een kind? Waar komt het waanidee vandaan dat kinderen kleine volwassenen zijn? Het zijn opgroeiende mensjes, die grenzen zoeken en grenzen nodig hebben. Trouwens, alsof die volwassenen zich zo volwassen gedragen.

Geef een reactie