Column Trouw, 8 april

Picknicktafel

De witte picknicktafel die voor mijn huis staat, is weer schoon en leeg. Voor het eerst dit jaar zit ik er, met mijn zonnebril op, krant erbij, en alle kinderen uit de straat – jong en oud – spelen ‘stand in de bal’. Het loopt tegen vijven. De buurvrouw schuift ook aan, haar ex loopt net een blokje om.  “Ja, hij blijft eten,” fluistert ze. Ik pak er een fles wijn bij.
Het duurt niet lang voordat de overbuurvrouw de straat oversteekt, met haar eigen glaasje. Een stiekem pakje sigaretten. “We zouden hier eigenlijk een scherm omheen moeten zetten,” zegt zij.
Was ik vroeger degene die erg kon zeuren over de sociale types op dit nieuwbouweiland, die dag in dag uit bij elkaar op de stoep hangen, tegenwoordig ben ik de eerste die buiten zit.
De witte picknicktafel kregen we precies een jaar geleden cadeau van mijn schoonmoeder. Ze zei het al jaren met klem: “Jullie moeten echt een fatsoenlijk bankje.”
Alsof ze voorvoelde dat het groen uitgeslagen grofvuilbankje, – en dan vooral het constante instortingsgevaar ervan – symbool stond voor ons huwelijk.
Ik weet de dag nog dat ik thuiskwam en man op de stoep het glimmende meubelstuk in elkaar aan het schroeven was, zo spierwit dat het pijn deed aan mijn ogen. Welke man die écht gaat vertrekken, zet eerst een picknicktafel in elkaar? dacht ik. In die kleur nog wel.
Met mij kregen ook alle buren hoop op een goede afloop. Alsof bij ons de vlag uithing.
De witte picknicktafel als het symbool van vrede en overgave. Precies goed geplaatst op de avondzon. De tafel had inderdaad een verbroederende werking. Zelfs als wij er even niet waren, zaten er mensen voor onze deur te kletsen.
Maar in de herfst werd het doodstil, en de tafel grijs en groezelig. Regen kletterde erop neer. Fietsen werden er tegenaan gezet. Vuilniszakken erbovenop. Man verdween.
De tafel mag haar smetteloze uitstraling dan wel definitief zijn kwijtgeraakt, – met krassen en zwarte brandplekken door een aansteeklont met Oud en Nieuw – maar ik zit er nog!
Waar ik volgend jaar zit, weet ik niet. Niet hier in elk geval. Niet met deze buurvrouwen.
Er kwamen net twee makelaars langs om ons huis te taxeren. “Een héél gewild pandje”, zeiden ze, “voor een gezin met kinderen en iemand met kantoor aan huis.”
“En op de stoep kunnen ze ook leuk zitten,” zei ik.



3 reacties op “Column Trouw, 8 april”

  1. Rob Alberts schreef:

    Toch hoop ik dat je voor je verhuizing nog een paar zonnige momenten hebt aan deze tafel.

    Vriendelijke groet,

  2. Irma schreef:

    Dat we nog tot het najaar moeten wachten op je boek! Ik ben er heel benieuwd naar.

  3. Paul schreef:

    Hoe ging die overpeinzing van een zuiderbuur ook al weer?
    Niets zal duren
    Niet de straten niet de muren
    Niet je vrienden niet je buren
    Tenzij de onrust in mij..

Geef een reactie