Column Trouw, 11 feb

HET GAAT GOED

“Zo gaat het echt goed”, zeg ik. “Vind je niet?”

“Ja,” zegt hij.

“Jij vindt het ook gezellig, toch?”

“Ik vind het ook gezellig.”

“We voelen ons alle vier beter als we samenzijn. Dat zie ik.”

“Ik heb wel het idee dat je weer hoop krijgt omdat ik hier vaker ben.”

“Waarom zou ik geen hoop mogen hebben?”

“Mogen, mogen.”

“Ik voel me gewoon stukken beter als ik iets van hoop heb.”

“De liefde is er niet.”

“Die is er wel hoor. Ook bij jou. Dat voel ik. De liefde is ondergesneeuwd. We moeten snel sneeuw scheppen. Voor de liefde echt verstikt is.”

Hij zwijgt.

“Ik heb altijd achteraf gelijk, met alles, weet je nog?”

“Nee,” zegt hij.

“Je zou weer verliefd op me kunnen worden. Dat kán gebeuren. Het zou mooi zijn voor de meisjes als we weer verliefd waren, toch?”

Hij zwijgt.

“Waarom zeg je niks?”

“Hier kan ik niet in meegaan.”

“Waarom niet?”

“Het is het tegenovergestelde van wat ik voel.”

“Ja, op dít moment ja.”

“Volgens mij is het voor jou niet goed als wij elkaar zo vaak zien.”

“Het is toch gezelliger?”

“Ja, maar jij krijgt hoop.”

“Ik begrijp intussen echt wel hoe het zit hoor. Maar ik ben tevreden met een halve man of een kwart man.”

“Dat ben je niet echt.”

“Als ik je zie, voelt het beter dan als ik je niet zie. Als we samen eten, een beetje kletsen. Als je mijn nek masseert, me vasthoudt…”

“Maar ook dán is de liefde er niet,” zegt hij.

“Dat weet ik wel.”

“Het is vertrouwdheid.”

“Dat vind ik ook prima. Als het zo maar blijft.”

“We moeten verder.”

“Ingrid. Angela. Karin. Jolanda. Rosa. Elke nacht droom ik deze vrouwennamen.”

“Waarom begin je daar steeds over?”

“Zeg je het wel als je een ander hebt?”

“Ik zal het zeggen als ik een ander heb.”

“Ik begrijp het gewoon niet,” zeg ik.

“Sorry.”

“Zelfs als je het niet voelt, kun je het toch op z’n minst probéren. Omwille van mij, omwille van het gezin. En als het dán niet werkt, heb ik er ook vrede mee.”

“Maar ik wíl dat niet.”

“Dat is gewoon weglopen.”

“Ik heb het al geprobeerd.”

“Dus jij voelt je goed nu?”

“Ja, ik voel me elke dag weer opgelucht.”

“Ik wou dat je het genuanceerder zei.”

“Maar het ís niet genuanceerder!”

“Niet huilen. Hè, nu is de avond mislukt!”

 

 

 



Eén reactie op “Column Trouw, 11 feb”

  1. Corien schreef:

    Zo kwetsbaar, prachtig.
    Ik kan/kon het niet, al voel(de) ik hetzelfde…..hem zoveel macht geven en dan alsnog uitgetrapt worden als er een nieuwe liefde opduikt, het leek alsof dat nog erger zou zijn. Dat hij wist hoeveel pijn het zou gaan doen en dat hij het dan toch zou doen. Of me stiekum uit zou lachen, als ze samen…
    Dan maar liever sterk en onaanraakbaar zijn, mij krijg je niet klein….
    Maar als ik dit lees dan denk ik, dit is zoveel beter. De pijn niet wegdrukken maar ervaren.
    Las mijn man/ex dit ook maar..

Geef een reactie