De omslag

De kachel brandde. De kamer was opgeruimd. Er was niet veel meer in huis, maar ik had met zorg en aandacht gekookt. Ik had er iets van gemaakt. De meisjes aten het met smaak. Ze vertelden over wat ze die dag gedaan hadden op school. Wat het leukste was en het minst leuke. Ik luisterde. Ik vroeg dingen. Zij antwoordden. Ik schonk voor mezelf een glaasje wijn in. ‘We moeten eigenlijk een robot aanschaffen,’ zei de elfjarige, ‘die papa’s werk kan doen.’ We lachten. De meisjes wilden nóg meer eten en ik schepte hun borden nog eens vol.
Moet je ons zien zitten, dacht ik. Zo ontspannen. Moet je ons toch zien. Wat hebben we het goed met z’n drieën. Wat zijn we leuk ook. Zo gezellig. We hebben – buiten een eventuele huishoudrobot – helemaal geen vierde persoon nodig.
Op het moment dat ik zo begon te denken, veranderde er – achteraf gezien – al iets in de atmosfeer.
Misschien kwam het door de stilte die viel, waarin ik ineens glashelder het ploeteren zag, van ons, aangepaste meisjes. Hoe we met z’n drieën in een toneelstuk zaten en onder de felle lampen van onze eettafel,  vol verve het gezin speelden waaraan niets ontbrak. De lege stoel werd kort uitgelicht. Nee, helemaal niets.



7 reacties op “De omslag”

  1. Richard schreef:

    In weinig woorden zeg je heel veel. Het is mooi en treurig ineen, maar ook observerend, met afstand en relativerende zelfspot geschreven. Het eindigt wel erg dreigend. Is imisschien verhuizen naar een ander deel van de stad een manier om de dingen anders te bekijken / ervaren?

  2. Laetitia schreef:

    Dag Elke, dank voor je columns. Ze zijn zo treurig en zo echt. Op één of andere manier was ik vandaag blij met je vulkanische uitbarsting in Trouw. Klaar nu. Wegwezen! Niks niet verstandig. Wat een opluchting. Dank voor je eerlijkheid.

  3. Heleen schreef:

    Vandaag stond er weer een column in Trouw. is dit fictie? Hopelijk. Als het geen fictie is wordt het tijd dat de schrijfster ophoudt met zeuren. In de columns in Trouw is het helemaal niet duidelijk waarom ‘ik’ ‘man’ zat zou wezen. Hij lijkt een heel redelijke man, terwijl de ‘ik’ steeds minder redelijk wordt. De ‘ik’ persoon heeft zcih in een kuil gewerkt, en snapt niet dat je dan moet ophouden met graven. Dus, laat de ‘ik’ haar verstand eens gebruiken, en toegeven dat ze stom heeft gedaan.

  4. Paul Snijders schreef:

    Dag Elke. Lees van tijd tot tijd je stukken met genoegen. En met lichte ontzetting. Vanwege suspense. Herken je adviezen van cursus fictie afgelopen aug-okt. Suspense zit ook voldoende in mijn boek dat gereed is. Wil je full script lezen (165 pp op A4)? Of zal ik rechtstreeks EDITIO benaderen? Of je agente Lolies? Groet en hou vol! Paul Snijders pachinco05@hotmail.com

    • elke geurts schreef:

      Dag Paul! Je kunt het beste Editio benaderen, voor een manuscriptlezing. Ik heb er nu geen tijd voor. Het is wel heel goed dat je het af hebt! Felicitaties! Geweldig. Groet, Elke.

  5. Heleen schreef:

    Mag er alleen commentaar geplaatst als dat commentaar het met de ‘ik’ persoon eens is of de ik persoon zielig vindt? ik had namelijk afkeurend commentaar geplaatst. De ‘ik’ in deze verhalen is hoognodig toe aan verstand in plaats van zichzelf verder opschroevend melodrama. Niet plaatsen van commentaar is indicatief voor de geestesgesteldheid van ‘ik’ – als ‘ík’ echt is en geen fictie. Als dit wel fictie is is het indicatief voor middelbare-leetijd-blues, en goed gedaan. Als het echt is is het jammer voor man en kinderen dat de vrouw het zo af laat weten.

  6. Anne-Lore schreef:

    Heleen, als het echt is, is dat misschien ook gewoon wat het is. Echt. Niet verstandig of onverstandig. Maar gewoon echt. Mooi toch.

Geef een reactie