Je familie

s Ochtends draaiden we een afspeellijst met 100 klassieke kerstliedjes. Man ruimde de afwasmachine leeg, las de krant en zette nog een kopje thee. Ik waste de haren van de jongste. Gewoon: de huiselijke taferelen. De zesjarige mocht na het bad haar nieuwe kerstjurk aan, ze wilde haar zilveren kettinkje om en ik vlocht haar haar extra mooi in. De elfjarige ging douchen. Ik stopte twee pyjama’s in een tas. We maakten ons op om uit te gaan. Maar ik ging niet mee. Man nam me niet mee naar zijn familie. Het was niet zo dat ik dat niet van tevoren wist. Niet dat ik me er niet op voorbereid had. Het was ook niet zo dat ik me er niet bij neergelegd had. Maar ik had nooit van tevoren kunnen bedenken dat het zo voelde. Oké, ik had het al wél bedacht, maar voelen is toch echt wat anders. In deze tijden herken ik mezelf soms nauwelijks nog terug. Ik hecht bijvoorbeeld meer aan tradities – en symboolpolitiek – dan ik ooit voor mogelijk had gehouden.
De elfjarige kwam uiteindelijk de trap af in een naveltruitje.
‘Zo kun je écht niet naar jouw familie,’ zei ik. ‘Je familie ziet je aankomen in een naveltruitje.’
‘Jij bent toch onze familie?’ zei de zesjarige. ‘Wij zijn toch familie?’
‘Ja, wij zijn familie.’
De elfjarige zong: ‘don’t let me down, don’t let me down. Don’t let me down.’
Voordat zij in de auto stapten, stapte ik op de fiets en racete de stad in. De kerstlichtjes tegemoet. Hij krijgt me nooit, maar dan ook nóóit, meer terug, dacht ik.



Eén reactie op “Je familie”

  1. Rinus van der Molen zegt:

    Ik voel de pijn bij je.

Geef een reactie