Het proces

Man en ik hebben de eerste afspraak met de mevrouw die ons gaat helpen bij het proces.
‘Welke thee willen jullie?’ vraagt ze. Ze noemt de soorten thee op die ze heeft.
‘Ginger-lemon,’ zeggen we tegelijk.
‘De meeste mensen nemen ginger-lemon,’ zegt ze. ‘Grappig.’
Ok, op hetzelfde moment ginger-lemon zeggen, is geen bewijs dat we voor elkaar geschapen zijn.
We warmen onze handen aan ons kopje. De mevrouw tegenover ons is jong, scherp, professioneel, zakelijk, én aardig en invoelend. Ze neemt de tijd. We bespreken met haar de stappen die gezet moeten worden. Ze leert mij meer vragen te stellen. Als ik iets tegen man zeg, praat ik te snel, te slim en te stellig. Ik luister niet goed naar wat hij eigenlijk zegt.
‘Dat is ook typisch iets voor vrouwen,’ zegt ze. ‘Daar moet ik thuis ook op letten.’
Ze vraagt ons waar het mis is gegaan. Ik vertel mijn aandeel. Man vertelt hoe hij zich gevoeld heeft.
‘Wanneer is het leuk tussen jullie?’ vraagt ze na een tijdje. ‘Wat kunnen jullie wél goed?’
‘Samenzijn,’ zegt man.
‘Jullie kunnen goed samenzijn?’
‘Ja, wij kunnen heel goed samenzijn,’ zegt man. ‘Gewoon sámen.’ Ze vraagt naar wat specifieke momenten. Hij vertelt. Ik zwijg.
Ik luister naar wat hij eigenlijk zegt.



Geef een reactie