WiFi of pastoor Smits

Hier is Wifi. (Waar) zou ik zijn zonder Wifi? Als je zo op jezelf gaat letten als ik de laatste dagen doe, zie ik dat ik nogal veel in de weer ben met contact maken, kijken of ik contact heb. ET phone home. Is er al een berichtje? Een app, een sms, of misschien een mail? Bij de spam ook niet? Heeft er iemand mijn post leuk gevonden op Facebook? Besta ik nog wel?
Schrijven is precies hetzelfde. De juiste frequentie zoeken. Communiceren. Sommige mensen doen dat minder omslachtig. Andere mensen hebben niet die aangeboren neiging zich constant te moeten uitdrukken. Het heeft allemaal toch iets met bestaan en niet bestaan te maken, zoals onze goeie ouwe Shakespeare al zei.
Kom ik bij pastoor Smits uit.
Gisteravond lag ik op de bank onder het schilderij van Pastoor Smits – die almaar op dezelfde vriendelijke en berustende manier de wereld in kijkt – Brieven aan God te lezen. Ik was bezig in Jij zegt het van Connie Palmen. Maar ik werd moe van de lyriek. Brieven aan God dus. Dat boek lag hier. Bestaan of niet bestaan. De overgave. De volledige overgave. (Aan God, aan WiFi, aan je werk, aan de eenzaamheid of aan Connie Palmen) Pastoor Smits wist het wel, wat ik moest doen. Ik vertrouw wel een beetje op pastoor Smits, deze dagen. Ik ga zo weer even onder zijn portret zitten.



Geef een reactie