Het leven komt naar binnen

Drie keer ging hier, in mijn  prikkelarme en doodstille binnenwereld met enkel gezelschap van de geest van pastoor Smits, de bel.
Een keer liep het tegen vijven en stormde de buitenwereld binnen in een regenpak, met rode wangen en verwaaide haren en twee fietstassen. Na een lang, koud en nat weekend kamperen en ook nog lesgeven, was ze op station Assen van haar handtas beroofd. De buitenwereld had ‘Houd de dief!’ gekrijst en was de dief achterna geracet. Het zou haar godverdomme niet gebeuren.

De tweede keer dat de bel ging, liep het ook tegen vijven, maar toen droeg de buitenwereld een net pakje, kwam ze terug van een werkafspraak in Zwolle, en was ze met haar net nieuwe auto in volle vaart over een klein hunebed in het gras gekrast. Zich niet bewust van mijn enorme oprijlaan.

De derde keer was het vier uur in plaats van half één, en had de buitenwereld vertraging opgelopen omdat ze, in de middle of nowhere, met de trein over een persoon heengereden was. Het had onder haar voeten geschokt, gehobbeld en gekraakt. De buitenwereld meende over een boom heen te rijden en dacht aan een ontsporing. Ze vertelde over mensen op het spoor met hesjes aan en plastic zakjes en mensen in de coupé die lurkten aan zakjes yoghurt.



Geef een reactie