Bezoek

Ik had een collega op bezoek in de pastorie. Het was een vrouw. We hadden het over literatuur. We wilden niet teveel woorden vuil maken aan de combinatie literatuur en vrouwen. Voor je het weet werd je in de wijvenhoek geduwd. Dat was niet zo best. Die hoek. Daar kwam je nooit meer uit. Daar werd je niet serieus genomen. Het was hoe dan ook een mindere hoek dan die van de mannen. Terwijl die hoeken helemaal niet bestonden.
‘Binnenshuis’ is het een thema dat best vaak terugkomt, maar haast niemand van de schrijfsters die ik ken, wil het er ‘buitenshuis’ echt serieus over hebben. Negeren is beter. Je niet branden aan het onderwerp. Interessantere zaken om je mee bezig te houden. Suïcide. Therapie. Of dat nou zin heeft of niet. Dat het maar net moet klikken met de therapeut. Dat sommige problemen ook vanzelf over gaan. Met de tijd. De collega en ik bekeken de hoge plafonds in de pastorie. We stelden ons voor dat we naast elkaar in de gang hingen en daarbij zagen we het verbouwereerde gezicht van de schrijfster die ons hier na een week aan zou treffen. Wedden dat er een korte opleving zou komen van ons werk. Wij bungelend in het schrijvershuis. Twee vrouwen die ermee ophielden. Maar dat is een romantisch beeld. Gisterochtend vertrok ze na het beschuitje al, op weg naar haar kinderen die naar vioolles moesten. Ik stond in de deuropening en zwaaide haar uit. ’s Middags kreeg ik een berichtje dat Jeetje (11), die voornemens is te stoppen met pianoles, al een paar dagen goed geoefend had.
Het is niet echt eng meer om hier alleen te zijn. Ik sliep best goed vannacht. Met sokken aan. Omdat het in de slaapkamer kouder was dan ooit tevoren. En toen ik rond tweeën even wakker was, was er niets bijzonders met de stilte, de stilte en ik waren één geworden. Wel vraag ik me af waar de specht en de pauw in Godsnaam gebleven zijn?



Geef een reactie