Afzonderen

Een verhaal over met rust gelaten willen worden, schrijft iemand me net. Of niet met rust gelaten willen worden, denk ik erachteraan. In de kamer hiernaast hoor ik zacht de stemmen van Jeetje en Deetje. Verder weg het gerommel van man in de keuken. Zo is alles precies goed. Zo moet het blijven. Maar toch zal ik binnenkort in deze pastorie alleen zijn. Ik hoef daar niet per se steeds aan te denken, we leven ten slotte in het nu, maar het gebeurt. Steeds herinner ik me de momenten dat ik eerder ergens alleen zat, in een uithoek. Ik herinner me het gefladder van een vleermuis rond mijn hoofd in de nacht. Het gescharrel van – naar wat later everzwijnen bleken te zijn geweest – in de stal onder mijn appartement. In mijn herinneringen word ik op die plekken constant omringd door Duisternis, Stilte – (soms onderbroken door gefladder en gescharrel)
Er zijn een paar momenten in mijn leven geweest dat ik dat deed: ergens alleen naartoe vertrekken. Me afzonderen. Niet al te lang. Ook niet al te vaak. Maar ze waren er. En ik verlangde er naar. Wat bijblijft is vooral het geen hand voor ogen zien, en de angst. Angst is net als pijn, dat herinner je je pas echt weer als het er is. Gelukkig maar.



Geef een reactie