Essentie

Een overbuurman komt zijn huis uit, zijn gezicht behoorlijk rood, overhemd uit zijn broek. Er lopen een stuk of zes vreemde kinderen in zijn portiek, rond zijn in beton gegoten plantenbak met daarin een olijfboom. Dat wil hij niet. Ook als er in de wereld aanslagen plaatsvinden, hoef je dit grenzeloze gedrag niet te pikken. Misschien juist nu niet.
Ik zou het mijn studenten meteen aanraden. Laat je personage niet ontsnappen aan z’n aversie. Positioneer de man die allergisch is voor kinderen in de kinderrijkste straat van heel Europa.
Maar dit is geen fictie.
Een Aziatische vrouw passeert hem. Duidelijk de overdrachtelijke moeder. De man schreeuwt naar haar dat ze die kinderen bij zich moet houden en corrigeren.
Ik sta het tafereel in mijn deuropening te bekijken samen met de buurvrouw. Er was een pakket voor haar bij mij afgeleverd. Ik vraag haar meteen of ze nagellakremover met aceton heeft. De halve ochtend heb ik al aan m’n gelnagels gekrabt, maar het is er nog steeds niet allemaal af. Ze heeft geen aceton. Een andere buurvrouw die net terug komt van essentrics, – en aan mij een pincet vraagt om haar huis binnen te komen, de kinderen hebben met een stokje in haar slot gepoerd, het slot ontwricht – blijkt óók al geen aceton in huis te hebben.
‘Waarom was jij deze keer niet bij essentrics?’ vraagt ze aan de buurvrouw die het pakje kwam halen.
‘Ze zijn weer eens allemaal vrij.’
‘Ja, ik kon mijn zoon bij haar kwijt.’
‘Ik denk niet dat ze mijn drie jongens er ook nog bij zou willen.’
Ik overhandig het pincet.
De overbuurman staat op wacht voor zijn beknotte boompje en controleert of de party prikkertjes nog allemaal rechtop in de aarde staan. Om de vogels tegen te houden.
Mijn studenten zou ik aanraden de kinderen bij hem, in zijn designhuis, te plaatsen. Alle moeders naar essentrics.
Kijken wat er dan gebeurt.



Geef een reactie