Drie vliegen in één klap.

‘Je moet incasseren,’ zegt een vriend me, ‘misschien wel maandenlang incasseren. Dat is goed.’
‘Makkie,’ zeg ik. ‘Incasseren is my middle name.’
‘Incasseren en ontspannen,’ zegt hij.
‘Incasseren en ontsnappen,’ zeg ik. ‘Ben ik fabelachtig goed in.’
‘Ontspánnen.’
‘O. ONTSPANNEN.’
Op de fiets terug langs het water, het zonnetje schijnt, trek ik mijn schouders nog wat op. Maar thuis ga ik meteen op de vloer liggen. Gordijnen dicht om die zon tegen te gaan. Ik voel dat ik moet slapen, misschien wel máándenlang slapen. Dat zou pas goed zijn. Dat incasseert, ontspant en ontsnapt makkelijker.
Voor ik ook maar een oog dicht kan doen, gaat de deurbel. En voor ik overeind gekrabbeld ben, gaat ie alweer.
Drie vrolijke meisjes van een jaar of tien staan op de drempel te trappelen. Te kletsen. Te lachen. Lawaai te maken. Rode wangen. Strakke broeken. Paardenstaarten.
‘Wat gezellig dat jullie hier komen spelen!’ incasseer ik.



Geef een reactie