Kerst en zo

Man en ik gingen naar Berlijn. Drie dagen in een hotel in Prenzlauerberg. Daar waar je moet zijn, kennelijk. Of alweer niet moet zijn. Het gaat heel snel met plekken waar je wel en niet moet zijn. Het was interessant in Berlijn. Elke stoeptegel ademt geschiedenis. Dat is belangrijk voor mensen die op IJburg wonen en niet meer weten dat er een verleden was.
Nog voor ik ‘Het jaar van de kreeft’ uit had, landden we op kerstavond alweer in Dusseldorf en reden naar opa en oma en de kinderen. De kaarsjes brandden. De gevulde eieren stonden klaar. Daar had ik op gehoopt omdat wij vroeger altijd gevulde eieren aten op kerstavond. Bij elke feestelijke gelegenheid vulde mijn vader eieren.
Op eerste kerstdag waren het deze keer de twee zusjes die voor de traditionele kerstruzie zorgden.
Het ging over het toneelstuk dat ze dagenlang met z’n twee├źn hadden voorbereid. Deetje durfde op het moment supreme niet meer op te treden. De zusjes schreiden, schreeuwden, gilden hoog, en scholden elkaar uit. Het ging van kwaad tot erger.
‘Ik wil Maria niet zijn,’ snikte Deetje.
‘Jij verpest alles,’ riep Jeetje in opperste wanhoop, ‘waarom doe je dat doekje nou niet gewoon om?’
Uiteindelijk heeft man de hele middag met z’n iPhone het toneelstukje van de geboorte van Christus opgenomen en na het gourmetten bekeken we met de hele familie – vader, moeder, broer en vriendin, man en ik – hoe de kerstengel de boodschap aan een prachtig gehoofddoekte Maria zond. De oogjes helder en klaar van alle tranen die gevloeid waren. We zouden met z’n allen meer moeten huilen.



Geef een reactie