Wie is hier klein?

Het is Deetjes derde dag op school. Ze mag een werkje pakken en haalt de gereedschapskist uit de kast. Ze gaat ermee aan haar tafeltje zitten en stalt het kleurige gereedschap uit. Een jongen uit groep twee komt bij haar staan. ‘Hee, daar mag jij niet mee werken, dat is niet voor kleine kinderen,’ zegt hij.
Meteen laat Deetje het gereedschap staan, steunt met haar beide ellebogen op tafel, richt zich half op, haar borstkas naar voren, kijkt de jongen strak aan en zegt: WIE IS HIER KLEIN?
Hij knippert met z’n ogen, wipt snel van z’n ene op z’n andere voet, wijst dan naar het meisje achter haar. ‘Zij’, fluistert hij. ‘Zij is klein.’
‘O, ok,’ zegt Deetje en concentreert zich weer op de gereedschapskist.
‘Mag ik meedoen?’ hoor ik de jongen even later vragen.
‘Dat is goed.’ Deetje schuift een stukje op. De jongen zet zijn stoeltje naast dat van haar.
Innig tevreden verlaat moeder de klas.



Geef een reactie