Poëzie zelf

Tegen de avond zette een taxi – belbus – mij af voor een oud café in Friesland. Ik was de enige die op zondagavond nog in het gehucht moest zijn. ‘Het is mijn laatste ritje vandaag’, zei de bejaarde chauffeur. ‘De meeste mensen weten het wel en regelen ander vervoer op zondag.’
In het café was het niet druk. Alleen de uitbater, zijn vrouw en twee stamgasten zaten rond een tafel te roken. Een reuzeasbak vol peuken tussen hen in.
‘Is het hier?’ vroeg ik.
Ik ging bij hen zitten en kreeg een kop koffie. Een stamgast dronk sinaasappelsap in een wijnglas. Roken deed hij ook niet meer, zei hij. Vanavond was hij daar om afscheid te nemen. Morgen vertrok hij weer voor een maand naar Amerika.
Nog niet zo lang had hij vier maanden door de VS gereden, op een brommer. Hij had het in z’n kop gekregen, en na 22.000 km op de brommer was die kop weer leeg. Wat scheef zat, was rechtgetrokken. Soms waren er beren langs de weg, maar die kunnen niet harder dan 45 km per uur en zijn brommer haalde 50 km. Eén keer zag hij een berenjong in de berm en dan weet je dat er ook een moeder in de buurt is. Hij reed tegen de berg op en daardoor kon zijn brommer niet harder dan 20 km per uur. Dat was zweten. Soms wist hij ook niet of hij zich nou moest wassen of juist niet.
‘Ja, je weet niet waar die ber’n van houden,’ zei de andere stamgast.
In Alaska was hij eenzaam geweest. Als hij ergens was en een telefooncel tegenkwam belde hij naar huis. ‘Hier is alles goed,’ vertelde hij zijn wederhelft. En dan zei zij zoiets als ‘hier ook.’

Langzamerhand stroomde het café vol, de asbak werd naar achteren gebracht, en een koningsblauw gordijn opgehangen tussen de stamtafel en het tapgedeelte waar de poëzieavond gehouden zou worden. Ik baalde ervan dat ik niet alles kon verstaan van het dialect.
‘Jij bent dus schrijver,’ zei de man op een gegeven moment. ‘Waar haal jij je inspiratie vandaan?’
Dat vroeg ik me ook af.
Hij kocht een boek van me en vertrok voor de avond begon. Ik moest naar de andere kant van het gordijn.



Geef een reactie