Noorderlicht

De komende tijd ga ik eens buiten het huis werken. Vandaag was dag één. Ik fietste naar de kunstenaarsbroedplaats. Het was eerder een cel. Een mooie Franse cel. Met een hoog plafond. En grote ramen. Noorderlicht. Ik zat er op mijn oude bureaustoel, die meteen weer als gegoten zat. Ik durfde me niet goed te verroeren in de cel en nauwelijks te ademen. Ik weet dat ik dat altijd heb als ik ergens voor het eerst ben. Heel zacht kwam Formidable uit de speakers. Gisteravond had ik de documentaire gezien over het Belgische fenomeen Stromae. Iemand moet de laatste zijn die hem ontdekt. Buiten werd een pand gebouwd. Drilboren. Heipalen. Het overstemde de muziek van Stromae. Ik dronk koffie, opende het document en sloot de ramen. Op een gegeven moment kreeg ik bezoek. Ze zat in de enige stoel die er stond. Ik keek naar haar vanaf mijn bureaustoel. Vanuit mijn cel. We sturen elkaar vaak berichten vanuit onze cellen. En nu zat ze hier. Midden erin. Te praten. Hier is verder geen verbinding.
Drie en een half jaar geleden bracht ik ’s ochtends de baby naar deze plek – in dit gebouw is ook een crèche – en fietste daarna zelf hard terug naar het eiland. Met een lege bak. Om te schrijven. Dit voelt logischer. Ergens naartoe fietsen om te gaan werken en aan het eind van de dag weer terug naar huis gaan. Naar de baby die nu een kleuter is.



Geef een reactie