De verkeerde kant op

Er liepen schapen en lammetjes voor mijn voeten. De zon scheen ineens. Alsof ik een andere wereld ingelopen was. Ik was op de Diemerzeedijk terechtgekomen, als het daar zo heet. In plaats van de brug over, ging ik onder de brug door. Iemand had me verteld over een woest stukje bos dat daar ergens moest zijn, en dat wilde ik even gaan bekijken. Een woest stuk bos in je buurt hebben zonder dat je het weet, kan niet. Onder de sprookjesachtige bomen langs het pad, lagen schapen en lammetjes te slapen in de schaduw. Ze waren niet bang voor mij. Ik ben dol op schapen, dacht ik. Als ze niet eten, herkauwen ze. Een zin uit een toneelstuk dat ik ooit schreef – waar ik min of meer tevreden over was – waarin het schaap een prominente rol heeft. Ik moet een jaar of twintig geweest zijn en woonde in een huis dat midden in de weilanden lag. Maar terug naar gisteren, op een gegeven moment zag ik een bordje Almere 17. Die kant moest ik niet op. Ik kon kiezen om terug te gaan of een rondje te maken. Neem nooit dezelfde weg terug, is ook al mijn adagium sinds ik een jaar of twintig ben. Al weet ik niet of ik daar nog steeds achter sta. Dus ik liep door. Over het dijkje, langs de schapen die naast het kabbelende water stonden te herkauwen.



Geef een reactie