Naar huis

Het is de tweede week dat de vierjarige naar school gaat. Ze is kindje nummer 27 in de klas. Ze gedraagt zich alsof ze er al jaren zit. Ze is heel erg cool. Net haar moeder. Aan haar zul je niets merken. Met de twee vlechtjes naast haar uitgestreken gezicht, zit ze aan het tafeltje bij Dior.

‘Ik wil naar huis,’ was het eerste dat ze gezegd schijnt te hebben toen ze haar grote zus in de middag op het schoolplein tegenkwam. ‘Ik wil naar huis.’
‘Zei ze dat echt?’ vroeg ik.
‘Ja, hoezo?’
‘Wat was ze aan het doen dan?’
‘Niks. Ze stond helemaal alleen bij de zandbak en het klimrek. Ze keek een beetje. Ze had niemand om mee te spelen.’
‘En wat zei jij toen tegen haar?’
‘Dat het niet meer zo heel lang duurde.’



Geef een reactie