Apropos

In mijn trenchcoat en een roze kinderparaplu boven mijn hoofd stond ik op de pont naar Noord. Op weg naar de avond over de Amerikaanse schrijfster Edith Wharton. Het was een dinsdag, de regen kwam met bakken uit de hemel, ik was vermoedelijk de enige die het huis verliet om naar een literaire bijeenkomst te gaan. Maar na enig dwalen door een verlaten Tolhuisgebouw, bleek dat er zich in een achterafzaal een illuster Edith Wharton gezelschap ophield. En ik zeeg neer.
Iemand vertelde over haar leven in de New Yorkse upper class, de vertaalster sprak over het hoe en wat van het uitzoeken van de verhalen voor Romeinse koorts en ook over het vertalen ervan, een interbellum-leesclub las een fijn verhaal van haar voor. Toen het afgelopen was, kletsten we wat na, dronken een Martini. Tot er een oudere dame op me af kwam lopen, glimlachend, elegant en mijn naam zei. Daar raakte ik de Edith Wharton draad kwijt.
‘Het gaat goed met jou, hè?’ zei ze.
We keken elkaar aan. Ik kende haar ook wel ergens van. Ze zei hoe ze heette.
‘Het etui,’ zei ik. ‘Ik heb het etui nog altijd, weet je dat.’
‘Rood-wit gestreept,’ zei ze.
‘Ja.’ Mijn wangen begonnen te gloeien. Er was geen verbergen meer aan. Ik kleurde rood tot op mijn kruin en besefte meteen dat het lang geleden was dat dat zo gebeurde.
Het kwam misschien door de hartelijkheid waarmee het ging, haar oprechtheid, de directheid of hoe je het ook noemt.
Of het kwam omdat ik ineens bijna twintig jaar terug de tijd in werd geworpen, een vorig leven intuimelde, en als vanzelf meteen weer mijn afgrijselijk verlegen zelf aannam. De actrice en de schrikachtige toneelschrijfster. Zij had voor iedereen een etui gemaakt als toitoitoi voor de première van de lunchvoorstelling in Bellevue. Mijn oma was net begraven.
‘Het is best bijzonder dat ik dat etui nog heb,’ mompelde ik. ‘Ik raak namelijk alles kwijt.’
Dat was ook zo.



Geef een reactie