Apropos 2

De zon scheen. Het was acht uur en had ik al een rondje gerend, net als gisteren. Man vertrok naar zijn compagnon om te werken en het was de afspraak dat ik ’s middags zou mogen schrijven. Ik dacht aan mijn nieuwe werkkamer, heel binnenkort, elders in de stad. Het leek een utopie. Maar het was toch echt bijna zover.Beneden zette ik de kinderen aan het tekenen, boven begon ik wasmachines leeg te halen en klerenkasten uit te mesten. De negenjarige kreeg een vriendinnetje op bezoek en ging daarmee op haar kamer spelen, de vierjarige zat met een berg playmobil op de mat en uiteindelijk zat ik buiten een artikel te lezen in de Groene, over Karen Armstrong, een voormalige non met temporaalkwab epilepsie. Er stond: De symptomen zijn angstaanjagend. Je wordt vervuld van een dodelijke vrees. (…) De hele wereld ziet eruit als jamais-vu, volslagen wezensvreemd alsof je het nog nooit gezien hebt. Je doolt rond.
Dat was waar. Interessante stuff eigenlijk, dacht ik nog. Moet je ook eens iets mee doen, die ervaring. Daarna smeerde ik brood voor iedereen. We aten in de klaprozentuin in de zon, man kwam precies op tijd thuis en ik stond op het punt om naar boven gaan toen ik een mail kreeg en de draad volkomen kwijt raakte. Al het voorgaande was op slag verdwenen. Ik was weer een meisje uit groep zeven dat er niet niet bij hoorde maar ook niet wel. Niks interessante stuff.



Geef een reactie