Trauma

Wat hebben we jou aangedaan? We hebben je opgezadeld met doodsangst. Je kleine hoofd werkt al vier dagen op volle toeren. Je kan het nergens anders meer over hebben.
Ook vannacht waren daar weer de nachtmerries. Gillen. Roepen. Huilen. Weer zie je de brullende draak die je zuster zal verslinden omdat die te dicht in de buurt van de schat komt. De heks die precies op je oud-oma lijkt, vind je, en dus wel moet zijn opgestaan uit de dood. De wolf die achter de deur klaarstaat om de zeven lieve geitjes op te eten en misschien ook jou.
Afgelopen maandag bezochten we het pretpark. Wekenlang keek je ernaar uit. Het zou de beloning zijn voor goed gedrag. En je had je zo voorbeeldig gedragen. Maar het pretpark waar we je naartoe brachten, bleek helemaal niet prettig. Overal om je heen het geluid van piepende deuren, krakende stemmen, het gebrul van beesten of van je had geen idee wie.
‘Die reus is niet echt, hè mama?’ zei je. ‘Die is echt geweest.’
‘Nee, die is ook nooit echt geweest. Die reus hebben ze gemaakt.’
‘Maar de reus kan wèl bewegen,’ zei je.
‘De reus kan niet opstaan.’
Na enkele uren in deze wereld stond je stil, keek naar de grond, wees en schreeuwde uitzinnig: ‘Kijk! Een miertje!’
Daarna keek je voor je uit en fluisterde je: ‘Ik wil nu naar huis.’
’s Avonds voor het slapen zei je: ‘Er was ook een pauw in de Efteling, hè?’
‘Dat klopt,’ zei ik, ‘de pauw zette zijn veren op.’
‘Een echte, hè?’
‘Een echte,’ zei ik, ‘ga nu maar lekker slapen.’



Geef een reactie