Softijs

In Den Haag ging ik voorlezen. Eerst van het reservaat IJburg af. En daarna ook nog uit het reservaat dat Amsterdam heet. Eenmaal in de trein neem ik me altijd voor om dat meer te doen. Het is goed om te reizen. Andere dingen te zien. Wandelend door Den Haag zag ik alleen de blauwe lijn op het scherm van mijn telefoon. Ik was het blauwe bolletje. Computergestuurd liep ik naar het Nutshuis.
In de tuin waren een man of zeventig, de zon scheen, ze hadden net ontbeten, de sfeer was goed. Het zag er heel gezellig uit. Ik zou zo dadelijk uit mijn boek voorlezen. De allereerste test op het publiek. Het werd stil toen ik aan het woord was, doodstil. De spanning was op een gegeven moment om te snijden. Dat was goed, maar ook werd ik er ongemakkelijk van. Ik was blij dat er na mij nog mooie, zwoele muziek gespeeld werd door café Luna.
‘Je had ze wel te pakken,’ zei de organisatrice na afloop, ‘het is scherp geschreven.’
‘Scherp ja.’
Daarna ging ik snel weg. Met mijn jas om mijn arm slenterde ik door Den Haag. Ergens nam ik een softijsje.



Geef een reactie