Noe-Noe en Ronnie B.

Veel gebeurtenissen later, waarvan de bosbrand en de evacuatie van een camping in Portugal wat mij betreft het meeste indruk maakte, – niet per se leuk, maar de parallel met het boek dat ik net afgerond had, is op z’n minst vreemd te noemen, ik ben dol op parallellen en toevalligheden (als ze er niet zijn maak ik ze) – zijn we weer thuis. Waar ik de drukproef op de mat vond. Waar het leven weer begint. Voor het eerst sinds jaren, vind ik het terugkomen niet per se erg. Ook wonderlijk is dat.
Maar nu het belangrijkste: De komst van Noe-Noe en Ronnie B (voluit: Ronnie Blacky) gisteravond.  Onze twee nieuwe huisgenoten van twaalf weken oud. Het zijn stoere plattelandskinderen en nu dan, na een autotocht van anderhalf uur, in de stad terechtgekomen. Het eerste wat ze deden was hun kopjes tegen de achterdeur drukken, de vier houten schuttingen van ons tuintje bekijken. Die konden ze gemakkelijk hebben.Vannacht trof ik ze dicht tegen elkaar aan slapend op de gang voor onze slaapkamerdeur. Toen heb ik beneden de twee nieuwe mandjes gehaald. Noe-Noe en Ronnie B. trippelden geruisloos achter mij aan. Trap af en even later trap weer op. Ik zette de mandjes op de door hun gekozen plek neer en zei: ‘Ga maar lekker slapen Noe-Noe en Ronnie. Het is goed.’ Of ze dat gedaan hebben, weet ik niet. Af en toe schrok ik wakker van een pianotoets die aangeslagen werd. Ook hoorde ik een keer een ontzettend gekrab beneden. Ik hoopte maar dat dat niet het bankstel was. En dat bleek het ook niet te zijn.



Geef een reactie