Wij mensen

Er raast een storm over de vlakte waar ik ren, als enige. Een kleine tornado is het. De wolken zijn zwart, woest en grillig gevormd. Puntig. Scherper ook dan anders. Daarachter schijnt de zon, fel licht. Feller dan ooit. De twee dikke konijnen in de berm hebben moeite niet om te vallen. Hun oren waaien naar achteren. Ze schuilen samen achter een struikje. Dat vind ik mooi. De hele ochtend heb ik met Jeetje afleveringen van Human Planet gekeken. ‘Er is maar één wezen op deze planeet dat in alle omstandigheden kan overleven,’ hoor ik de stem van Carice van Houten weer zeggen. ‘En dat zijn wij.’
Ik ren tot ik heel in de verte een ander mens zie aankomen, een man is het. Naast hem een kleiner mannetje op een fiets met zijwieltjes. Ik meen de man te herkennen, maar ik heb geen bril op. De symbiose tussen mens en natuur, denk ik. We naderen elkaar in rap tempo. De ander en ik. Alsof ik naar een aflevering van Human Planet kijk. Mijn ogen knijp ik samen om beter te zien. De man steekt zijn hand op. Het teken van begroeting. Maar pas als ik vlak voor hem sta, bijna neus aan neus, weet ik zeker dat het mijn redacteur is. Ik spring zachtjes op en neer tegenover hem. Om warm te blijven.



Geef een reactie