Welwillend, onomwonden

‘Ik ken niemand die zo onomwonden over haar privéleven schrijft,’ zei iemand me gisteren tijdens de boekpresentatie van ‘Dorst.’
‘Ik ken niemand die van haar privéleven ( of zei hij gezin? ) haar werk maakt.’
Ik was verbaasd dat juist over mij te horen. In mijn blogs schrijf ik weliswaar ook over mijn gezin, maar ik beschrijf alleen bepaalde facetten. En zeker niet onomwonden. Ik zie het ook niet als werk, dit, al is het natuurlijk wel eventjes werk. Was het maar zo. Ik zou diep gelukkig zijn.

Even later stond ik met een ander te praten over het verschil in schrijfstijl van mannen en vrouwen. Dit naar aanleiding van mijn Anna Bijnsprijs nominatie.
Zij kende meer leuke vrouwen dan leuke mannen en ze vond vrouwen meestal interessanter dan mannen. Dat vond ik verfrissend. Automatisch ging ik ervan uit dat het andersom zat.
Ze zei me dat het werk van vrouwen  een welwillende scherpte bezat waar ze erg van hield.
‘Welwillende scherpte?’
‘Welwillende scherpte.’

Ik denk dus na over ‘welwillende scherpte’ en ‘onomwonden schrijven.’



Geef een reactie