Gek

Het regende. Mijn moeder, ik en Deetje met haar nieuwe zwarte jasje wachtten bij het zebrapad. We gingen naar het muziekgebouw. Toen we eindelijk over konden steken, zag ik dat ze Deetje aan één arm achter zich aan sleurde. De voeten sleepten over het wegdek. Alsof het dood gewicht was wat mijn moeder met zich mee trok. De arm zou op deze manier uit de kom raken. Ik vond dat het geen pas gaf.  Deetje zou gewoon lopen, als je haar dat vroeg. Een kind van tweeëneenhalf is een mens. En vooral de nonchalante manier waarop ze het deed. Alsof het godverdomme een rolkoffer was.
En toen ik goed keek, zag ik dat het dat ook was. Mijn moeder trok haar zwarte rolkoffer achter zich aan en liep hand in hand met Deetje naar de overkant.

*

Vanmorgen heb ik de rups-vlinder transformatie met Deetje besproken. Dit naar aanleiding van een puzzel. Maar Deetje wilde er nog niet echt aan.
‘Nee! Een rups wordt geen vlinder,’ bleef ze zeggen. (Een lups wordt geen vlindel!)
‘Jawel.’
‘Nee, dat is gek!’
‘Een rups wordt echt een vlinder,’ zei ik. En ik legde nog wat uit over ontpoppen en alles.
‘Maar ik word geen vlindel,’ zei Deetje toen.
‘Nee, jij niet.’
‘Nee, dat is gek.’
‘Ja, dat zou gek zijn.’
Ze leek blij dat we het daar over eens waren.



Geef een reactie