Naar het theater

Met Jeetje en haar vriendin ging ik naar de Krakeling voor de poppenvoorstelling Peter Pan en de verloren jongens van Gnaffel. Voor die groep heb ik acht jaar geleden een stuk geschreven. Het liep niet helemaal goed. Er was wat gedoe. En er kwamen misverstanden. Het stuk kwam niet geweldig uit de verf. Vrij kort daarop ben ik helemaal gestopt met toneelschrijven. De thematiek deed me sterk denken aan het thema van toen. Misschien is dat hun hoofdthema? Vluchten in fantasie? De tijd stil willen zetten? Misschien is dat ons aller hoofdthema?
Het was een magische wereld. Heel goed spel tussen pop en mens. De poppen die ze daar maken zijn mooi, en wat ze ermee doen ook. Ik zag de gezichten van de meisjes. Hun monden vielen letterlijk open. Ik nam me voor Jeetje vaker mee te nemen naar theater. Dat doe ik eigenlijk veel te weinig. Alleen de tekst rammelde wat. Het stuk zat net niet goed in elkaar. Waardoor er halverwege – toen de eerste betovering verdwenen was – spanning wegviel. Bij zo’n poppenvoorstelling is tekst minder belangrijk. Dat begrijp ik nu waarschijnlijk beter dan toen. Maar toch gingen mijn vingers een soort van jeuken.
Het is toch ook wel mooi hoor, theater. Als het zou lukken dat allemaal goed te krijgen.

Ik weet vooral nog dat ik met dat gezelschap in de kroeg zat en ik de enige was die nog nooit in therapie geweest was.
‘Ben jij nog nooit in therapie geweest?’ Ze keken me aan alsof ik gek was. Ik vroeg me toen af of ik dat dus inderdaad ook was.



Geef een reactie