In de hoek

Ik was bij Sunday in the Village. Schrijvers kwamen voordragen, muzikanten erbij. Altijd interessant. Het was in een kleinere kroeg dan ik verwacht had. De voordrachten waren goed, maar door de pauze van vijf minuten die er tussen elk optreden zat, kwam je er nooit echt in. Het werd er steeds voller en voller. Ik zat in een hoek en kwam daar niet meer gemakkelijk uit. Op een gegeven moment was ik de enige die zich nog samen met het hevig zoenende stel in die hoek bevond. En dat is afzien. Letterlijk. Ik kreeg nekpijn van het naar links kijken. Ik heb de achterkant van de bar heel goed bekeken. Vlak voor mijn neus stond een halve gare te dansen. Daar keek ik ook af en toe naar, maar niet te lang. Hij verkeerde ergens heel diep in zichzelf en daar moest ie liever blijven. Hij zou wild kunnen worden, dacht ik. Het zou kunnen dat hij hier dadelijk de hele boel neer maait. Maar hij zou ook heel goed op de stoel naast mij terecht kunnen komen. Hoeveel halve garen er in mijn leven niet ‘per ongeluk’ op de stoel naast mij terechtgekomen zijn? Ik ben ook bang geweest dat hij achterover zou vallen, recht bij mij op schoot. Dus focuste ik mij weer op het tappen van de biertjes die ik niet lust.



Geef een reactie