De groep

Ze kwam binnen en ging liggen. Ze liet zich niet achterover vallen. Ze zei er ook niets bij. Nee, ze werd slap als een vaatdoek en zeeg neer. Uitdrukkingloos. Daar lag ze in het midden van de ruimte, op haar buik met haar armen en benen gespreid. In haar zwart-wit geruite rokje. Haar rode regenlaarsjes. Haar ene wang op het linoleum. Open ogen. Ook toen haar vrienden zich allemaal om haar heen verzameld hadden, verroerde ze zich niet.
In een kring stonden ze te kijken, met auto’s in hun hand, poppen, puzzels.
‘Deetje slaapt,’ zei de een na een tijdje.
‘Ja, Deetje slaapt,’ constateerde de ander.
‘Deetje slaapt?’ zei er weer eentje.
‘Deetje is moe?’ opperde iemand toen.
‘Deetje is moe!’ bevestigde haar beste vriend uiteindelijk. Hij gaf ook het sein dat de draad weer opgepakt kon worden. Ze gingen ieder hun weg, met de auto’s, poppen en de puzzels.
Niemand vond het vreemd dat Deetje meteen op de grond ging liggen slapen.
Eens in de zoveel tijd kwamen ze wel terug om naar haar te kijken. Alsof dat de afspraak was.
Totdat haar beste vriend vaststelde: ‘Kijk! Deetje is wakker!’
Deetje stond op, pakte een boekje en klom op de bank. De anderen volgden haar.



Geef een reactie