Het verschil

Sinds een tijdje rennen we allebei onze rondjes door het park. Niet tegelijk. Omdat de kinderen dan alleen zouden zijn. Maar dat spijt me geen seconde. Ik had niet samen met hem door het park willen rennen. Het zou mijn pas verstoren. Ik zou in de zijne gaan rennen. Zo niet, moet ik weer van hem winnen.
Hij heeft binnen de kortste keren al ergens een buurman opgescharreld om mee te rennen. Zoals hij op een dag ook met een compagnon thuiskwam om een bedrijfje mee te beginnen. Dat gaat bij hem vanzelf. Twee weten meer dan één. Het is gezelliger. Samen rennen ze ook een stuk verder. Ik vind het allemaal goed klinken.
Laatst fietste Jeetje (6) voor het eerst met me mee. Eerst holde ik netjes m’n eigen tempo, – ‘fiets jij maar vast voorop,’ riep ik standvastig – maar al gauw draafde ik veel te hard om haar bij te houden, sneed stukken af over het gras, moest stoppen door steken in mijn zij, wandelde een stuk en was mijn eigen spoor volledig bijster.



Geef een reactie