Tijd bestaat niet

Ik zit op mijn hurken naast oma’s feeststoel.
‘Ik ben nu dus oud,’ zegt ze, ‘ze vinden 70 al oud en ik ben 23 jaar ouder. Wat moeten ze dan wel niet van mij zeggen?’
Hierop heb ik niet meteen een antwoord.
‘De tijd gaat zo snel,’ zegt ze, ‘ineens zit je hier, ben je 93 en je kinderen zijn grijs.’
‘Dat begrijp ik.’
‘Begrijp je dat?’ vraagt oma.
‘Ja, ik zit hier naast jou en blijk plotseling 35,’ zeg ik, ‘terwijl ik gisteren nog 10 was.’
’35,’ zegt oma, ‘dan heb je nog een héél leven voor je.’ Oma kijkt me aan.
Als ik naast oma zit, zit daar geen vrouw die zojuist terugkomt van een vakantie in de Provence met haar gezin. Geen moeder wiens stoffige Peugeot om de hoek geparkeerd staat. Propvol vakantiespullen, verantwoorde verrassinkjes in het dashboardkastje om het kind stil te houden. Koffiedrap langs de snelweg, het kind laten plassen tussen de benzinedampen, druipende perziken. Altijd natte doekjes in de handtas voor het allerergste vuil. De man zit achter het stuur en vraagt zich af of de TomTom ons wel de goede richting uitwijst, het kind roept om nóg een verhaaltje en in het spiegeltje ziet moeder de pukkels per stuk opkomen. Door die muffe lucht. Nee, als ik naast oma zit, ben ik 10 en wacht geduldig op een verrassinkje. Als ik naast oma zit, verlang ik standaard naar een ijsje. Een choco.
‘Ik kan me heel goed voorstellen dat ik er dadelijk achterkom dat ik al 93 ben.’ Ik kijk oma aan.
‘Ik vóél me helemaal geen 93,’ zegt oma. Ze zucht. ‘Maar ik bén het dus wel.’



Eén reactie op “Tijd bestaat niet”

  1. Anonymous schreef:

    Tja ja…. zegt PaPeet

Geef een reactie