De ziel

‘Wat vínd je er nou van?’ Ik blijf maar naar complimenten vissen bij man over mijn fantastische wit-schilderactie.
‘Ja, het is wit,’ zegt man.
‘Goed, hè?’
‘Ja,’ zegt hij.
‘Ja, hè?’
‘Je hebt alleen de ziel uit ons huis geschilderd.’
‘Hoezo? Zat de ziel van ons huis in de múren?’
Hij zwijgt.
Langzaam kijk ik de witte ruimte rond. Spierwit. Lijkbleek. IJskoud.
‘De huiskamermuren ademden vroeger,’ zegt man dan, ‘het leem lééfde, het borrelde. Nu zit er toch een plastic laagje overheen.’
Mijn ogen beginnen de wanden af te zoeken. Waar de ziel zich inderdaad al die jaren bleek te hebben opgehouden.
En nu geplastificeerd. Stikkende, als ik ‘m niet heel snel vind.



2 reacties op “De ziel”

  1. Heleen schreef:

    ik snap man wel…

  2. maria schreef:

    Snel inrichten met mooie kleurtjes, dan
    komt de levendigheid heel snel weer terug!

Geef een reactie