Beschuitbus

Jeetje en ik kwamen terug van de crèche en troffen thuis een man in nood aan. Hij kroop over de keukenvloer. En sloeg hele vreemde taal uit. Jeetje trok wit weg toen ze haar vader zo zag en ook ik vreesde het ergste. Een hersenbloeding.
Ik probeerde te verstaan wat hij zei. ‘Beschuitbus,’ leek hij te zeggen.
‘Beschuitbus?’ vroeg ik.
‘De beschuitbus is gestolen.’ Zijn mondspieren verslapten steeds. Als zijn hersenen lang geen zuurstof kregen, was het voorbij. Ik probeerde mijn hoofd koel te houden. Vooral realistisch te blijven denken. De gehaktballetjes pruttelden achter hem op het vuur. Toen hij ze opzette, moest hij nog goed geweest zijn. Dus zo lang was het nog niet aan de gang.
‘Misschien kunnen we papa nog best redden, schatje,’ zei ik.’Misschien kan de dokter hem ietsje beter maken.’
‘Waar is de beschuitbus?’ Hij rolde met zijn ogen. ‘Wie steelt er nou een beschuitbus?’ hijgde hij. ‘Zo’n beschuitbus heeft toch geen pootjes?’ Op het aanrecht zag ik een geopend pak beschuit staan. Er was er eentje uit. Voor de gehaktballetjes, zo doorzag ik de situatie meteen.
Totdat de halfdode zich ineens oprichtte en zijn vinger in mijn richting priemde. ‘Heb jij de beschuitbus soms meegenomen op vakantie?’ bulderde hij. Jeetje begon te huilen.



Eén reactie op “Beschuitbus”

  1. Anonymous schreef:

    en daarom is kamperen misschien minder gezellig voor jullie….??

Geef een reactie