ZonneSchijn

Een lentedag waarin we ciabatta met wilde zalm met kappertjes en rucola lunchten, op een bankje aan de Amstel.
Op alle bankjes zaten mensen te eten. Het was lunchtijd en we trokken en masse naar buiten. Het water schitterde en het golfde lichtjes. Iedereen keek ernaar en dacht zijn eigen zonnige gedachten. Daarachter dobberde een bootje. Zo’n sympathiek bootje dat we allemaal wel wilden hebben. We beseften dat aan het begin van deze rivier de woonboot van onze vrienden lag, waar vandaag een jongetje was geboren. Pril geluk.
Tot de broodjes op waren.
‘Het kan nog best gaan sneeuwen hoor,’ zei hij toen we huiswaarts keerden. ‘Morgen kan het ijzig koud zijn.’
We zagen al een boom in bloei staan.
‘Die kan nog best kapot vriezen,’ wist hij.
Toen gingen we weer aan het werk.



Geef een reactie