Spook of geen spook, is de vraag

Vanmorgen deed ik weer een poging om de dik tweeeneenhalfjarige het onderscheid tussen de verschillende werkelijkheden duidelijk te maken. Nadat zij (en wij dientengevolge ook) vannacht ruw door de spoken uit bed gejaagd was.
Mijn verhandeling aan het ontbijt ging wonderwel goed.
Ze begreep het helemaal. Van dat het maar een droom was. En dat dromen echt kunnen líjken maar dat ze daarmee nog niet echt zijn. Ja, soms lijken dromen echter dan echt en het is inderdaad wáár dat je de spoken wel echt ziét in een droom maar toch zijn ze er niet. Want als je je ogen opendoet, zijn de spoken weg. En je kunt ze ook niet aanraken. (Al besefte ik dat dit ook allemaal opging voor onze huismuisjes)
‘In de realiteit van alledag meisje, zul jij geen spook tegenkomen,’ herhaalde ik.
‘Spoken zijn niet echt hè?’ zei ze.
‘Precies! Heel goed! Jij begrijpt het,’ riep ik,
‘De spoken maakten maar een grapje,’ zei ze toen.

Net weer een heel bozespokenwegjaagritueel uit moeten voeren. Voor het te bedde gaan.



Geef een reactie