Jeetje en Moeder

‘Ik maak krokodillenpasta,’ zegt Jeetje.
‘Dan schrijf ik héél even een stukje.’ Moeder wil snel en efficiënt achter de computer schuiven. Maar voor moeder goed en wel zit, balanceert er al een bord op moeders toetsenbord.
‘Hier is de krokodillensoep!’
‘Da’s snel,’ zegt moeder. ‘Ik dacht trouwens dat jij krokodillenpásta maakte?’
‘Nee soep. Zwarte krokodillensoep. Dat vind jij lekkerder,’ verduidelijkt Jeetje. Dan fronsend: ‘Of wilde jij róde krokodillensoep?’

‘Ik heb een spookhuis gezien. Samen met papa.’ Jeetje griezelt er telkens van als ze het vertelt.
‘Spookhuizen bestaan niet echt,’ zegt moeder. Het lijkt moeder het beste om Jeetje al vroeg over het bestaan van verschillende werkelijkheden te vertellen. Om het haar in te peperen.
‘Nee, ze bestaan alleen in boeken en op televisie,’ zegt Jeetje.
‘Ja!’
‘Bij barpapapa kwam er een heel eng beest. Die ging barbapapa opeten.’
‘O jee.’
‘Ja maar toen was het een dróóm van barbapapa. Het was niet echt,’ zegt Jeetje.
‘En barbapapa zélf is ook niet echt hè,’ zegt moeder.
‘Nee, dat is televisie.’
‘Ja! Goed zo!’
‘En in het spookhuis wonen geen spoken. Daar wonen gewoon menzen.’ Jeetje laat haar stem zakken en gluurt om zich heen. ‘Echte menzen,’ fluistert ze.

Dan brengt Jeetje moeder voorzichtig een zebrataartje. Mét een lettersoepje. Moeder boft.
‘Pas op! De soep is héét,’ waarschuwt ze. Voordat moeder de soep in één keer naar binnen klokt om een stukje te kunnen gaan typen.



Eén reactie op “Jeetje en Moeder”

  1. willem schreef:

    Menzen zijn eigenlijk veel enger dan spoken!

Geef een reactie